de vanzelfsprekendheid van het verleden

4 10 2007

helaasheid.jpgNog steeds speelt het boek van Dimitri Verhulst door mijn hoofd. De herkenbaarheid heeft veel losgemaakt in mij. De nabijheid van Reetveerdegem misschien nog veel meer. Maar wat ik er zo bijzonder aan vond ligt nog meer in de manier waarop hij schrijft over zijn verleden. Liefdevol, zonder rancune, zonder verachting voor de marginaliteit waarin hij voor een deel is grootgebracht. Zonder oordeel.

Reetveerdegem was het naburig dorp van het dorp waar ik ben opgegroeid. Reetveerdegem was het dorp waarop neergekeken werd. Pff, wat woonde daar? Zatlappen, “gemeen volk”, vechters. Reetveerdegem was te mijden. Ze hadden zelfs nog geen deftige wegen. Toen mijn moeder vernam dat ik het op zondagnamiddag toch waagde van in de Las Vegas te gaan “dansen” was het huis te klein. Waren ze zo al streng, mijn ouders, toen werden ze nog strenger. Zonder resultaat echter. Hoe strenger ze werden, hoe rebelser ik werd. En bleef naar de Las Vegas gaan. My friend the wind. Demis Rousos. Met de fiets of achterop het brommertje van het “slecht” gezelschap langs de verlaten landbouwwegjes met schrik naar huis, tegen de avond. “Waar heb je gezeten!!”.

Dimitri Verhulst is jonger. Dus ik zal hem wel nooit ontmoet hebben. De situaties in het boek zijn echter zo herkenbaar omdat in Reetveerdegem de tijd lang is stil blijven staan en het er tien jaar later nog steeds was zoals ik het tien jaar eerder beleefd heb.

Ik begrijp mijn ouders wel. Later. Niet toen.

In mijn kinderjaren hadden we thuis zelf een café. Mijn moeder wilde echter kost wat kost “onze deugdzaamheid” behouden en we werden naar kostschool gestuurd en in het weekend bij onze grootouders. De tijd dat we thuis waren speelde zich hoofdzakelijk af tijdens de vakanties, als ik dan al niet in Nederland vertoefde. Dan “mochten” we in de keuken Croque-Monsieurs “draaien” (voor meer uitleg richt men zich tot mijn broers). Heel af en toe mochten we in ’t café, toen het “rustig” was. Of toen het druk was maar dan onder de toog flesjes rangschikken (zie het niet als slavenwerk, dàt deden we graag!).

En konden we een glimp opvangen van het caféleven.

Echter, in de rustigste uren waren het nét de dronkaards en de leeglopers die café’s bezochten. De vertegenwoordigers en bankbedienden kwamen onder de middag, de werkmannen in grote getale na vijf uur, de voetbalfans en masse op zaterdag- en zondagnamiddag. De dansers en levensgenieters op zaterdagavond. Maar de zatlappen, de vervelende stinkers, die zater er wel altijd. Denk nu niet dat het er vol mee zat. Ze waren met enkelen, zonderlingen. En werden gemeden. Als lastig aanzien. En zaten steeds alleen. Maar predikten voor heel het café. Was het bij ons het zogezegde “betere” café, toch kwamen ze er graag. Omdat ze mijn mooie moeder konden op stang jagen met hun zatte plagerijen. Omdat mijn vader altijd “ja” knikte en deed alsof hij luisterde en uitermate geïnteresseerd was in hen. Omdat ze tegen ons, de kinderen, konden hun dronkemanspraat uitslaan. Wij waren er een beetje bang van.

Toen ik voor de eerste keer besefte dat ik “maar” een cafédochter was, zat ik in de derde kleuterklas. Ik ging nog naar het dorpsschooltje, drie straten verder. Mijn moeder vroeg aan ouder buurmeisje of ze mij wou meenemen naar school en ze antwoordde dat dat niet kon “want ik kwam uit een café”. Ik weet nog steeds wie het is. Zij waarschijnlijk al lang niet meer, maar ik ben het nooit vergeten.

Op het streng nonneninternaat waren er meisjes die van hun ouders niet met mij mochten omgaan. Omdat ik uit een café kwam. Ik was een voorbeeldig, beleefd en goed opgevoed kind, steeds eerste van de klas in de lagere school, maar toch kwam ik “uit een café“. Was het daarom dat ik later zo rebels geworden ben op het internaat? Misschien. Dat ik de nonnen zo gehaat heb (neen, nog steeds haat) omdat er zelfs één zonder omwegen durfde zeggen dat ik me moest realiseren dat ik maar uit een café kwam en me niet beter moest voordoen dan ik was?

Tegenwoordig staat het goed, een café uitbaten. Of laat ik het anders stellen: een praatcafé uitbaten, of een bistro, een eetcafé of een lounge bar. Vooral in de stad. In de jaren zestig en zeventig was het verdorven. Degenen die het uitbaatten nog meer en degenen die het bezochten al helemaal. In de “betere” kringen, bij de oude onderwijzers en bij de brave parochianen-kerkgangers.

En dit brengt me weer terug bij het boek van Dimitri Verhulst. Hoe geweldig het ook verwoord is, hoe amusant verteld en hoe treffend weergegeven het is, hoe het ook het hele boek doorschemert hoe liefdevol hij is opgegroeid, het kan niet anders dan gestoken hebben. Hij moet het beseft hebben. Dat er op hem en zijn familie neergekeken werd. En het moet pijn gedaan hebbben. Slecht één keer haalt hij het aan, in de passage met Franky en de zalige wraak die hij erop kan nemen, en die zijn nonkel voor hem genomen heeft.

En het roept bij mij de sfeer op van de geweldige BBC reeks “Shameless“, waarin kinderen opgroeien in een min of meer gelijkaardig milieu, maar in de reeks wordt nooit geoordeeld, nooit een standpunt ingenomen. Het enige wat boven alles spreekt is de liefde die de familieleden voor elkaar voelen.

En alhoewel het ongelooflijk grappig en amusant is om de familie in de weer te zien, blijft het deep down, wanneer je er echt bij stilstaat, één en al tristesse. Omdat het bestaat, maar dan zonder de humor. De grauwheid en ellende.

Net zoals in de helaasheid der dingen…. En in elk dorp dat wel wat van Reetveerdegem in zich heeft…


Acties

Information

12 responses

4 10 2007
speedy

Heel herkenbaar voor mij. Ik had een vriendinnetje dat in een café woonde. Mijn moeder was daar ook niet zo voor. En dan te bedenken dat mijn stiefvader een alcoholist was… ofwel was dat juist de reden.

4 10 2007
M-go

Ik heb het boek onlangs ook gelezen en heb van iedere letter genoten. Het kleine boekje draagt je mee, je verslindt iedere bladzijde, je vreet de woorden. Het verhaal slorpt je op en slikt je in. Je bent erbij, ginder in Reetveerdegem.

Dimitri Verhulst vertelt in een soms zalig plat vlaams, heel duidelijk verstaanbare manier, de tijd waarin hij opgroeide.
Zonder veel tralala, zonder al te danige verpropering van de werkelijkheid, zonder overdreven veel opgeklopte overdrevenheid. Puur, en eerlijk.

Ik ken hier en daar wel een verhaal over die “goeie ouwe tijd”, gehoord van mijn vader, zijn 3 broers en zijn zus, zijn ouders, van nonkels en peetjes,…kwajongensstreken die ze uithaalden, patatten die ze gingen pikken op den boer zijn veld, hun zondags kostuum die ze kapot trokken aan de pinnekesdraad, toen een stier hen ziedend achternazat…
Maar al waren hun vertelsels nog zo sappig, hun praatstijl kan toch niet tippen aan de manier waarop Verhulst zijn vertelsel verwoordt.
Er waait een stevige bries humor door het boek maar de werkelijkheid van die tijd moet bikkelhard geweest zijn, daar twijfel ik niet aan.

Voor jou, Gerda, gaat het nog iets verder. Jij voélt het boek zo intens dat het werkelijk gevoelde gevoelens bij je oproept, gevoelige snaren die je nu nog altijd met je meedraagt.

Gevoelens van toen, toen de tijd nog stille stond.
Mooi toch, dat een boek dat kan teweegbrengen.

4 10 2007
Artemis

Je schrijft een prachtige recensie over het boek. Nu wil het het zeker verder lezen.
En of jij aan het mijmeren bent tijdens je ziekteverlof! Je gaat ver, Gerda, in je eigen overpeinzingen. Mooi

5 10 2007
blanche

Rake titel.
Het heeft me even doen nadenken over vooroordelen.
Van onszelf denken we allicht dat we vooroordelenvrij zijn. Maar dat is niet zo, we hebben onze vooroordelen gewoon verpakt als vanzelfsprekendheden en algemeenheden.

Bij ons thuis werd ook een onderscheid gemaakt tussen een “deftig” en een “gemeen” café. Maar dat onderscheid gold niet enkel voor café’s.
Omgang met bepaalde kinderen werd ons nooit verboden want “die skopkes” konden daar niets aan doen.

5 10 2007
tomlievens

Goedemorgen,

Jammer genoeg kan ik (alsnog) mijn mening niet geven over dit boek. “Waarom reageer je dan” vraag je je mischien af.
Wel, ik reageer omdat ik het boek niet kende en dankzij jou een, zo te zien aan de reacties, interessant stukje leesvoer ontdekt heb. Bedankt.

Vriendelijke groet van de Spaanders voor de Vlaanders

5 10 2007
guy

ik vind dat het hoog tijd is dat gerda aan haar memoires begint.🙂
en neen, dat is niet wat prematuur

5 10 2007
nel

Soms brengen mensen een hele tijd door in een personage dat niet op hen lijkt. Je worstelt er mee, je haat het, je hebt het lief. Je hele leven blijf je een beetje dat personage, het is een blik, een gebaar, een gevoel. Je hoeft je niet te bevrijden van dat ene personage om toegang te verkrijgen tot een ander. Beleef vreugde in wat je zelf al hebt bereikt en in de plannen die je nog maakt.

5 10 2007
Anoniem

@ nel .
Een beetje scizofreen dus.

6 10 2007
nel

schizofreen

8 10 2007
oker

Mooi stukje

9 11 2007
droepie

Ik ben het eens met oker. Heel mooi.

21 10 2009
de helaasheid van het succes « blog der zuchten

[…] zoals toen ik het boek gelezen had speelt de film vandaag nog steeds door mijn hoofd. Ik ben er droevig van. Het in beelden zien wat […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers op de volgende wijze: