Gisterenavond is de dansvoorstelling “Menske” van Ultima Vez in wereldpremière gegaan in de KVS in Brussel. Choreograaf Wim Vandekeybus beloofde ons voor deze voorstelling een symbiose van dans, theater muziek, poëzie en scenografie. Met tien dansers.
“Wat doe je als alles waarin je gelooft in één keer wordt ontworteld? Heb je het lef een duik in het ongekende te nemen? Of boezemt verandering net angst in? Heeft de mens eigenlijk echt wel zo’n formidabel aanpassingsvermogen? Deze vragen vormen het uitgangspunt van de voorstelling”.
Het decor zag er alvast veelbelovend uit: de beangstigende sfeer van een nachtelijke grootsteedse achterbuurt, versterkt door de rook en belicht met een stroboscooplamp. Een elektriciteitspaal achteraan op het podium van waaruit een massa draden het podium overspanden. In een hoekje vooraan een bevreemdend soort tafel met een switchboard, waaraan de hele avond een danser met kabeltjes en draadjes zat te prutsen. “La cité des enfants perdus“, surrealistisch en bizar, flitste door mijn hoofd.
Het begon direct confronterend: een vrouw die zichzelf letterlijk te kakken zet aan de rand van het podium. Waren we deze seventies gedurfdheid niet lang voorbij? Ondertussen een kwartier lang een man met een rookmachine”koffer”, een tekst uitkramend en van hier naar daar over het podium huppelend. Daar gingen we. Weer de arty-farty toer op.
Wanneer de tien dansers allemaal hun zegje gedaan hadden, een aantal keren op het podium van kleren hadden gewisseld én het decor al lummelend en/of acrobatisch hadden verkend van links naar rechts, van voor naar achter, en van boven naar onder met behulp van de paal, werd er eindelijk gedanst.
Helaas, anders dan in zijn vorige creatie “Spiegel” die de meest opmerkelijke scènes uit zijn volledig oeuvre bij elkaar bracht, kreeg dans in deze voorstelling een ondergeschikte plaats. En dat is jammer. Want ze kunnen het. Dansen. En krachttoeren uithalen. Hun schitterende lijven gebruiken. Zo is de scène waarin één danseres door kabels “achtervolgd” wordt en telkens “gevangen”gezet, magnifiek. Samen met de muziek, gecomponeerd voor deze voorstelling door Daan, vormen ze de perfecte match. Helaas is er te weinig van dit. Te veel wordt er overgeschakeld op oeverloos gelul.
Midden in de voorstelling wordt het decor even omgevormd tot een “psychiatrisch centrum” en heeft Vandekeybus wel heel erg goed naar David Lynch gekeken. In een absurd-humoristische film zouden de “verklede” dansers absoluut top zijn, maar hier wekten ze – niet-bedoeld volgens mij – op de lachspieren van vele toeschouwers, ook op de mijne.
Na deze “onderbreking” werd er gelukkig nog een stukje gedanst. En weer toont Vandekeybus hier zijn onmiskenbaar talent. De manier waarop de danseressen door de dansers als “wapens” gebruikt worden is een trouvaille en prachtig om zien, maar helaas vervalt hij later in een cliché door zijn “film” een heldhaftige en/of dramatische afloop te geven, met veel bombarderie en lucht- en rookverplaatsing. En gelukkig heel goede muziek.
Jammer, wat mij betreft. Het is te veel van het goede. Poëzie lees ik graag thuis. Er werden het eerste kwartier een paar rake zinnen voorgedragen die ik schitterend vond, maar spijtig dat ze zo weer vervlogen waren en ik er niet even kon bij stilstaan en ze nog eens en nog eens herlezen en laten bezinken.
In het deel met de “psychiatrische patiënten” zit een werkelijk sublieme scène – een danseres zittend op een tafel met een handtas op haar schoot en steeds ritmisch dezelfde zinnen debiterend – maar dit zou je moeten kunnen “knippen” en dan heb je een beklemmend stukje videokunst à la Pipilotti Rist. Dat zie ik echter ook weer liever apart, net omdat ik het dieper tot mij wil laten doordringen.
Er zijn te veel impulsen, te veel probeersels en te veel van alles bij elkaar. Ja, zo was het aangekondigd. Maar hoe tegenstrijdig dit ook kan klinken, toch is het tegelijkertijd op sommige momenten saai. Hoogstwaarschijnlijk heb ik niet genoeg arty-farty gehalte en ben ik weer eens helemaal niet mee, maar ik verkies dans wanneer ik naar een dansvoorstelling ga. Met wat frivoliteiten en zijsprongetjes eventueel, maar met vooral, ja, dans.
Dus Wim, je hebt talent, je moet het niet zo nodig op honderd verschillende manieren etaleren. Laat je dansers, die je steeds perfect weet uit te kiezen, dansen en regisseer je herkenbare choreografie om “op te treden”. Schrijf daarnaast een dichtenbundel anex fotoboek, maak nog eens een reclamefilmpje en een video-installatie. Steek je afwisseling in je sublieme dansfilms.
Je had me kunnen ontroeren, maar ik kreeg er de tijd niet voor. Door het “te veel” en daardoor vreemd genoeg ook “te weinig” werd ik geen enkele keer écht geraakt bij deze voorstelling. Je bent goed in al deze disciplines. Maar niet in allemaal tegelijkertijd.
(Voor wie wil kennismaken met het werk van Wim Vandekeybus en het dansgezelschap Ultima Vez is de film “Blush” een aanrader, als dansvoorstelling het beste wat ik van hen zag.)
Menske – Ultima Vez – KVS Brussel – 14 november 2007
Voorstellingen in 2008 in verschillende culturele centra in België en Nederland.
(En laat bovenstaande u vooral niet tegenhouden om te gaan kijken: een andere blogger dacht er nèt iets anders over)

gejubel en gemor