Ik reed gisteren door Aaigem. Kermis op het dorpsplein. Voor wie niet bekend is met het oeuvre van Jan De Wilde, Aaigem is een vredig klein dorpje in Oost-Vlaanderen.
Verbaasd observeerde ik de kermissfeer. Rustig en lief, 20 jaar terug in de tijd; veel volk op het pleintje, verbazend veel volk. Veel sfeer en gezelligheid, ik dacht dat de kermissen hun beste tijd gehad hadden. Ik werd er zowaar nostalgisch van.
Nu woon ik zelf ook in een dorp, dus ik weet wel hoe het er aan toegaat op het “platteland”. Toch opperde ik verwonderd en getroffen door het lieflijk tafereel dat ik het niet vreemd vond dat mijn stadse collega’s en/of vrienden “Willy’s en Marjetten” overdreven vonden. De typetjes die hierin opgevoerd werden bestonden in hun ogen al lang niet meer. Dat ze dit maar eens kwamen bekijken. Waarbij één van mijn passagiers reageerde dat het omgekeerde ook waar was. Mensen die niet buiten hun dorp komen kunnen zich al helemaal niet voorstellen hoe het in Brussel (of andere steden) is. Ook waar.
Brussel, maandagmorgen 8.17 u. Ongewone file, bovenop de andere. “Een vrouw doodgeschoten op de Keizer Karellaan” hoor ik op de radio. De laan waar ik dagelijks Brussel binnenrijd. En ik schrik niet eens. Haal eens de schouders op en denk, weeral. Gewoonte.
Overdrijf ik? Neen.
Ik ben niet het soort pendelaar dat ‘ s ochtends naar kantoor gaat, er niet buitenkomt en ’s avonds terugkeert naar mijn dorp. Ik kom veel in Brussel, al jaren. Vrienden en collega’s wonen er. Ik ga er uit eten, ik ga er op café, terras er bij goed weer, winkel er. Ken de buurt rond de Dansaertstraat goed. Ken het Boxstaelplein, kom in Schaarbeek, Molenbeek. Ken de Brabantstraat. De buurt rond de Hoogstraat. AB, KVS, BOZAR, de Bottelarij, de Vaartkapoen, Koninklijk Circus. Ik noem me zeker geen doorgewinterde Brusselkenner, maar vind er mijn weg en weet wat er reilt en zeilt. Lees zone 02.
Ik ken NIEMAND van die collega’s en vrienden die in Brussel NIET al eens het “slachtoffer” geweest is van een misdaad. Gsm’s gestolen van vriendinnen, bijna normale zaak. Handtassen gepikt aan terrassen. Autoruiten ingeslagen en handtassen al rijdend van de passagierszetel gegritst. Laptop uit koffer gestolen terwijl je het kofferdeksel net toegeslagen hebt en instapt om weg te rijden. Inbraak in ons kantoor en alle computers gestolen. Op straat ’s nachts (ttz half twaalf) nageroepen worden als ‘putain” wanneer je van een concert komt. Bijna klop gekregen omdat we durfden reageren omdat we vonden dat iemand ten onrechte zeer agressief was tegen een autobestuurder. In de straat waar ik tot twee jaar geleden werkte op één maand tijd een vrouw vermoord in de parking naast ons kantoor en een vrouw in haar winkel rechtover ons kantoor doodgeslagen. Vorige week is in diezelfde straat een bejaarde man doodgestoken.
Wil ik paniek zaaien? Neen, helemaal niet. Wij laten er ons ook niet door doen. We zorgen dat onze gsm’s niet op de tafeltjes blijven liggen in café’s. We houden onze handtassen goed bij. We sluiten onze autodeuren van binnenuit. We laten nooit iets zichtbaar liggen in de auto. We draaien ons hoofd en houden onze mond wanneer we (verkeers)agressie zien. We zorgen dat we na elf uur niet meer alleen op straat lopen of in de parking onze auto gaan afhalen. We blijven er niet voor thuis of sluiten ons niet op. En we doen er zeker niet sensationeel over. We melden de meeste incidenten niet eens meer bij de politie omdat we de lange rijen in het politiekantoor schuwen.
De enige vraag die ik me stel: is het normaal dat we dit als normaal beschouwen. Neen toch?
En kan men blijven zeggen: “Oh, dat gebeurde vroeger ook allemaal, alleen werd er toen minder aandacht aan geschonken”…
“Er is een vrouw doodgeschoten op de Keizer Karellaan…”
M’n vrouw en ik zijn in de moestuin
Buurman komt voorbij
Je hoort de groenten groeien hier
We praten met de preiEn we staren naar een naakte slak
Een zenuwachtig beest
Er beweegt niet veel in Aaigem
De zon nog wel het meestEr komt niet veel nieuws uit het dorp
Alleen heeft de pastoor
Een nieuwe oorlog aangevat
Met z’n parochiekoorEr is een grote rel ontstaan
Na z’n laatste preek
Er beweegt niet veel in Aaigem
Heel soms gewoon de wiekEr wordt nooit iemand aangerand
Er was nooit een moord
De kabelteevee zendt alleen
Voor boer en tuinder doorWe gaan dus maar eens vroeg naar bed
We zijn allebei moe
Er beweegt niet veel in Aaigem
Het kloppen af en toe
Stof tot nadenken toch… Mooi beschouwd…
Ja, er treedt inderdaad gewenning op door de dagelijkse criminaliteit.
Maar Aai-gem, het klinkt zo lief, met die aai…
Ik zit de laatste tijd vaak in een vergelijkbaar scenario. Een paar weken geleden verhuisd naar Geraardsbergen, daarvoor zes jaar in Brussel gewoond. Op die zes jaar één keer betrokken bij geweld (aangevallen worden op oudejaarsavond), 3 keer een inbraak gehad in de auto (2x radio gestolen, 1x een draagtas), verschillende keren moeten tussenkomen in dingen die al aan het escaleren waren (op straat, in de metro). Toch heeft het me nooit ervan weerhouden om te voet te gaan werken (ik moest de hele Gentsesteenweg door Molenbeek volgen), naar concerten te gaan, en ’s nachts alleen rond te lopen. Ik ben wel een man, natuurlijk, en dat maakt (helaas) wel een verschil in Brussel.
Nu woon ik in Geraardsbergen, het meest volkse Vlaamse stadje dat ik ken. Alleman lijkt mekaar te kennen, er is altijd wel een of ander feest of een braderie aan de gang. Dat is niet “my kinda fun”, maar het is wel vreemd, het wordt heel anders beleefd dan in Brussel. Het gaat er minder gespannen aan toe. Op een manier die ik associeer met kleine dorpjes in het zuiden van Limburg of de verste uithoek van West-Vlaanderen. Raar.
vroeger, zo’n 15 jaar geleden ging ook veel naar brussel. als wij thuis kleren nodig hadden was de nieuwstraat de place to be. ik vrees dat je toch mag denken dat het niet beter geworden is. ik denk dat mensen vroeger meer respect hadden voor elkaar. nu wil ik niet meer naar brussel. ik mijd dat als de pest. ik wil niet in de confrontatie gaan. call me a wussie.
Ach ja, Brussel. Hier om de hoek is ook al eens iemand doodgeslagen. En zelf ben ik al eens overvallen… in mijn eigen appartement nota bene. Een mens went aan alles.
Beroepsmatig was ik vroeger zeer vaak in Brussel. Ik gruwel van die stad. Alleen al de (verkeers)drukte beangstigde me. De stank en het lawaai bezorgden een geboren en getogen plattelandsmens als ik een afschuw in overstelpende mate. Dat geweld nooit veraf is, speelde immer in mijn achterhoofd.
Ik bemin mijn dorpje temidden de akkers, de koeien en het groen hartstochtelijk, ondanks de dorpse en niet zelden bekrompen mentaliteit die er heerst.
geweld went nooit bij mij. Altijd zijn er mensen die de gevolgen ervan dragen. Op het scherm ziet men geweld als iets prettigs, een kick als een andere. Men slaat mekaar verrot en 5 minuten later wandelt ieder zijn weg. Dat is de realitiet niet. Iedere geweldpleging is er ene teveel.
in Antwerpen is het idem dito. Zou misschien mijn verhaal ook eens moeten schrijven, hoeveel fietsen en portefeuilles ik hier al kwijt ben gespeeld, een inbraak in mijn appartement met meen breekijzer, enz. enz.
Ben ik blij dat ik niet in Brussel werk zeg!
Voor geen geld krijg je mij in Brussel. Ik begrijp niet waarom mijn zusje daar zo graag woont. Ook zij werd al meermaals geconfronteerd met diefstal en de rest.
Vroeger gingen we vaak naar de “Ultieme Hallucinatie”. Daar kom je nu zonder kleerscheuren nooit meer van terug. Geef mij maar mijn dorpscultuurtje.
QED:
Terwijl het volledige Brusselse politiekorps op de been was en half Brussel heeft afgezet en bewimpeld met blauw-witte linten en 200 wildbetogers in bussen aan het steken was, werd voor onze deur vandaag weer een autoruit ingeslagen en de gps uit de auto gepikt…
(En ons gebouw en parking ligt dan nog niet eens aan de straat..)
NOg een fijn stukje!